EQ |
|
| Onderpresteren
heeft te maken met het EQ. Bij een gewone intelligentietest
kunnen onderpresteerders zich vaak zo aanpassen dat ze er niet
als onderpresteerders uitkomen.
De EQ-test meet de "eigen ik" het innerlijke, maar omdat de kinderen geneigd zijn niet veel van hun innerlijk te tonen zijn de meningen over het belang van een EQ-test nogal verdeeld. De hersenmassa van hoogbegaafde kinderen vertoont letterlijk meer kronkels dan die van een gemiddeld kind. Een hoogbegaafd kind wordt zo geboren. Er is bewezen dat hoogbegaafde kinderen heel snel ervaringen in hun hersenen opnemen. Er zijn bijvoorbeeld mensen die zich iets kunnen herinneren wat gebeurd is toen ze 3 maanden waren. Deze in hun prille bestaan opgedane ervaringen geven later aanleiding tot het (onbewust) kiezen of je een winnaar of een verliezer wordt. Er ligt een hoogbegaafd kind in de wieg. Het zegt nog niets, maar het krijgt al snel door dat speelgoed een minder grote functie heeft dan ouders denken. Hun opnamevermogen ligt cognitief voor. Ze horen dingen die ze wel snappen maar emotioneel nog niet kunnen verwerken. Hoogbegaafde kinderen hebben dan ook vaak emotionele stoornissen. Een aantal hiervan vertonen overeenkomsten met autistische kenmerken. Ze zijn over-emotioneel. Contactuele stoornissen ontstaan door een bepaalde onrijpheid op een bepaalde leeftijd. Dan zegt men vaak : "ze hebben een sociaal-emotionele achterstand". Dit blijkt echter meestal niet zo te zijn. Het sociaal-emotionele aspect ligt wel lager dan het cognitieve aspect. De kinderen worden vaak verbonden aan hun kalenderleeftijd en niet aan hun geestelijke leeftijd. Een kind wil zich best aanpassen en gaat daarin soms zelfs heel ver. Je krijgt dan onechte onderpresteerders. Soms gaan ze nog verder en worden het "drop outs". Ze voelen dat ze anders zijn. Het worden eenzame kinderen. Gelukkig gaat het met 84% van de hoogbegaafde kinderen goed. Deze hebben geen hulp nodig en vinden hun uitdaging en prikkels zelf wel. De overige 16% daarentegen zijn probleemkinderen. Daaronder zitten ook kinderen met zelfmoordneigingen. Je kunt gelukkig de emoties wel wat sturen zowel binnen als buiten de klas. Een kind van 10 jaar heeft, als je kijkt naar zijn geestelijke leeftijd, een leeftijd van 15 jaar. Je moet ze dan ook als zodanig aanspreken en behandelen. Dat is heel belangrijk.
|