Recensies en Pers

 

De Gelderlander, Kelly Janssen

Je kunt niet overal de beste in zijn, wordt vaak geroepen. En wie slecht is in taal, heeft vast een wiskundeknobbel. Of andersom. Hoogbegaafde kinderen zijn wél op bijna elk terrein sterker ontwikkeld dan gemiddeld. Dat roept onbegrip op.

 

Ze hebben een hoge intelligentie, zijn creatief met oplossingen en hebben een onvermoeibaar doorzettingsvermogen. Dat zijn de drie kenmerken van een hoogbegaafde zegt Dolf Janson, adviseur bij Marant in Elst, een organisatie die adviseert over onderwijsontwikkelingen en zorg.

 

Basisschool 't Holthuus in Huissen besteedt sinds kort aandacht aan kinderen die intelligenter zijn dan gemiddeld. Twee docenten hebben onlangs een cursus gevolgd bij Marant over hoe om te gaan met kinderen die verder zijn dan de rest. "We bieden onderwijs met een uitdaging", zegt directeur Nelleke Remerie. "We proberen elk kind aandacht te geven. Het is belangrijk om ze te laten focussen op dingen die ze wél goed kunnen in plaats van doorgaan op wat minder gaat."

 

Bij het vaststellen of iemand hoogbegaafd is, worden verschillende testen gebruikt. De bekendste daarvan is de IQ-test. "Iemand met een IQ van boven de 130 heeft de intelligentie van een hoogbegaafde. Maar een meerbegaafd persoon heeft dus een stuk meer kenmerken dan alleen heel slim zijn."

 

Janson zegt dat je pas wanneer mensen volwassen zijn, met zekerheid kunt zeggen of iemand hoogbegaafd is. "Al is het bij kinderen vaak wel in te schatten. Die hebben als ze meerbegaafd zijn een grote ontwikkelingsvoorsprong op verschillende gebieden." Maar, stelt Janson, tussen hoogbegaafde kinderen zit, net als tussen alle andere kinderen, verschil: "Absoluut niet ieder meerbegaafd kind is hetzelfde."

 

Volgens Janson is de omgeving van meerbegaafde kinderen erg belangrijk om talenten goed naar voren te laten komen. "Een tennistalent wordt alleen een topper als hij van zijn ouders een racket krijgt. Op een goede manier aandacht geven, is erg belangrijk."

 

Er is wel verbetering ten opzichte van twintig jaar geleden over hoe tegen hoogbegaafdheid wordt aangekeken. Janson: "Het is nu een stuk normaler geworden."

 

In bijna elke klas zit wel een kind dat begaafder is dan gemiddeld, meent Laetitia Hooft, directeur van het Landelijk Informatiecentrum Hoogbegaafdheid (LICH). "Voor die kinderen is extra aandacht nodig. Dat is er nu veel te weinig", meent Hooft. "Net zoals leerlingen met bijvoorbeeld dyslexie zijn hoogbegaafden zorgkinderen. Scholen moeten zich veel meer verdiepen in hoogbegaafdheid. Ik denk dat het belangrijk is om hoogbegaafdheid zo vroeg mogelijk te signaleren. Anders kan dat voor een kind later veel gevolgen hebben."

 

De gevolgen waar Hooft op doelt zijn faalangst, een sociale achterstand en onderprestatie. Dat laatste houdt in dat kinderen onder het eigen niveau of onder het gemiddeld niveau presteren. Hooft: "Dat doen ze vaak, onbewust, om niet buiten de boot te vallen of omdat er te weinig uitdaging is." Daarom vindt Hooft dat het overslaan van een klas een must is voor sterk ontwikkelde kinderen. "Wel op een vroege leeftijd zodat ze makkelijker mee kunnen komen met de rest. Het liefst van groep één naar groep drie." Dat is ook een reden waarom vroegtijdige signalering zo ontzettend belangrijk is, geeft Hooft aan.

 

Om docenten te trainen, biedt het LICH cursussen aan. "We zouden daarnaast veel meer met de Pabo-studenten, de aankomende docenten, in contact moeten zijn. Dat hoogbegaafdheid op de Pabo slechts een keuzevak is, zegt al genoeg." Toch merkt Hooft een stijgende interesse in het onderwerp. "Het is nu een stuk beter dan bijvoorbeeld tien jaar geleden, maar nog lang niet goed genoeg."

 

Aandacht voor hoogbegaafdheid is er wel op aparte scholen. Hooft is daar geen voorstander van: "Met aparte scholen voor meerbegaafden los je het allemaal niet op. Dat is leuk voor even, maar uiteindelijk is het een nadeel voor later. Kinderen moeten wel leren om met doorsnee mensen om te gaan. Voor later in het bedrijfsleven."