Recensies en Pers

 

Haagsche Courant: Het succesverhaal van Plato (door Maria Mulders. 2001)

Welke vrijwilligersclub slaagt er in om binnen drie jaar na oprichting een landelijke subsidie van bijna een half miljoen euro toegekend te krijgen? Laetitia Hooft moet lachen om de suggestie dat je daar toch wel hoogbegaafd voor moet zijn.

 

Laetitia Hooft is dankzij een subsidie betaald directeur van de Stichting Plato, landelijk informatiecentrum hoogbegaafdheid.

 

Maar ze is weer serieus als ze benadrukt dat zij zelf dan misschien wel de motor is geweest achter het succes van de Stichting Plato – 'landelijk informatiecentrum hoogbegaafdheid' – maar dat een motor niet zonder benzine kan. En die benzine, dat zijn dan vooral de andere medewerkers van het eerste uur. "Maar zij hadden ook nog een baan, dus ik had meer tijd voor Plato", vertelt Laetitia, zelf afkomstig uit het onderwijs, over die begintijd. Ze was aanvankelijk actief voor een oudervereniging voor hoogbegaafde kinderen, van wie ze er zelf drie heeft. "Ik deed allerlei cursussen en las veel over de materie. Ik begon stencils met informatie te maken en rond te delen en lezingen te geven voor ouders en leerkrachten".

 

Naarmate ze deze activiteiten uitbreidde, groeide het besef dat alleen voorlichting geven aan ouders niet zou leiden tot het gewenste resultaat: "Namelijk de erkenning dat kinderen die een meer dan gemiddelde intelligentie hebben, speciale aandacht verdienen". In cijfers uitgedrukt ligt het gemiddelde intelligentiequotiënt (IQ) op 100. Dit heeft ongeveer 84 procent van de mensen. Mensen met een IQ van 110 tot 130 zijn meerbegaafd, daarboven is sprake van hoogbegaafdheid. Volgens Plato zijn er 250.000 meer- en hoogbegaafde mensen in Nederland, van wie zo'n 16 procent emotionele problemen zou hebben.

 

Begeleiding

"Ik blijf maar negatieve verhalen horen van ouders, waardoor wij beseften dat je het hele veld moet voorlichten. Dus ook het onderwijs en de zorgsector." Zonder tijdige herkenning, erkenning en de juiste begeleiding redden veel hoogbegaafde kinderen het niet". Die begeleiding moet volgens de Stichting Plato meestal bestaan uit 'versnellen, verrijken en verdiepen'. Versnelling houdt in dat ze sneller door de leerstof mogen gaan of een klas overslaan, verrijking en verdieping dat ze andere en meer leerstof krijgen aangeboden dan medeleerlingen. Er zijn dus leermethoden, middelen en geld nodig. Laetitia Hooft wil niets liever dan inhoudelijk uitwijden over de problematiek van hoogbegaafde kinderen, maar dit verhaal gaat nu eenmaal over de Stichting Plato, die in oktober van 1998 officieel werd opgericht.

 

Een andere vrijwilliger ontwierp op de huiscomputer een inmiddels erg druk bezochte internetsite, Laetitia lobbyde in de meest brede zin van het woord. Ook de politiek bestookte ze met informatie. Dag-in-dag-uit bemande ze de telefonische informatielijn. "Soms deed ik wel een paar uur over het stofzuigen van de woonkamer, omdat ik zo vaak onderbroken werd door de telefoon". De slaapkamer puilde uit met brochures, waarvan ze de drukkosten betaalden met een privelening. "Elk weekeinde en elke avond waren we bezig voor Plato. Vanaf half tien, als de kinderen naar bed waren, tot half twee in de nacht. Het was slopend", kijkt ze nu terug op die periode, waarin ze er ook nog in slaagde enkele sponsors te vinden.

 

Haar 'finest hour' kwam echter in juli 2001, toen de Tweede Kamer een projectsubsidie van bijna een half miljoen euro toekende aan Plato. In plaats van onbetaald voorzitter werd Laetitia Hooft betaald directeur van het informatiecentrum. Bovendien konden er drie parttimers in dienst worden genomen. "We hebben veel plannen. Probleem daarbij is natuurlijk dat we nog niet weten wat er gebeurt na 2003, als de subsidie afloopt. Maar", voegt ze eraan toe: "het allerbelangrijkste is toch de politieke erkenning".