Recensies en Pers

 

Interview Lijn 4

Stel: je kind is heel goed in rekenen. Eigenlijk loopt hij in alles voor op school. Is je kind dan hoogbegaafd? Hierover praatten we vandaag met Laetitia Hooft, directeur van Stichting Plato, het Landelijk Informatiepunt Hoogbegaafdheid.

 

Wat is hoogbegaafdheid?

Er bestaat geen éénduidige definitie van hoogbegaafdheid. Er zijn wel vele kenmerken waardoor hoogbegaafdheid herkend kan worden. Als voorbeeld zijn er opvallende motorische, intellectuele en sociale vaardigheden zoals een uitstekende fijne motoriek, een brede interesse, een uitmuntend geheugen en het goed om kunnen gaan met oudere kinderen.

 

Bij het uitleggen van wat hoogbegaafdheid is gebruiken we hier het (triadisch) interdependentiemodel van Renzulli/Mönks. Dit model gaat uit van:

 

3 persoonskenmerken, te weten:

-hoge intellectuele capaciteiten ( IQ hoger dan 130)

-doorzettingsvermogen om taak te volbrengen

-creativiteit = het op originele wijze oplossen of bedenken van problemen;

 

3 sociale-omgevingsfactoren:

-gezin

-peers (=ontwikkelingsgelijken, dit zijn niet noodzakelijk de leeftijdgenoten, maar bij hoogbegaafde kinderen oudere kinderen)

-school

 

Hiernaast is de sociaal-emotionele vaardigheid van het kind, voor een effectieve communicatie en omgang met de omgeving, van niet te onderschatten belang. Indien de sociale omgeving geen ruimte biedt aan een hoogbegaafd kind om zich te ontwikkelen, zal de hoogbegaafdheid in de kiem gesmoord worden. Dit heeft grote consequenties voor het zelfbeeld en de ontwikkeling van het kind. In het gunstigste geval voltooit het op latere leeftijd alsnog een studie. Andersom is het ook niet mogelijk een kind waarbij de drie persoonskenmerken ontbreken, hoogbegaafd te maken. De ouders worden soms bekeken als fanaten die hun kind gestimuleerd hebben om beter te presteren. Dit kan niet. Wel gaan veel ouders van hoogbegaafde kinderen in op de wens van hun kinderen om een bepaald iets te doen. Ieder kind heeft recht op dit responsief stimuleren.

 

Uit het model blijkt ook dat de drie persoonskenmerken in hoge mate aanwezig moeten zijn, willen we kunnen spreken van hoogbegaafdheid. Tot slot blijkt eveneens uit het model dat de sociale omgeving een belemmerende factor kan zijn. Wanneer er van hieruit geen voeding komt, of een verkeerde voeding, zal het hoogbegaafde kind in zijn ontwikkeling belemmerd worden.

 

Een hoogbegaafd kind kan tot hoge prestaties komen wanneer de drie persoonskenmerken in hoge mate aanwezig zijn, er een positief stimulerende sociale omgeving is en er onderlinge harmonie bestaat tussen de zes genoemde punten.