 |
Bij hoogbegaafde
kinderen komt dyslexie verhoudingsgewijs meer voor dan bij de
gemiddeld begaafde kinderen. Met dit artikel willen wij u
informeren over de kenmerken van dyslexie en geven enkele tips
voor de omgang met dyslectische kinderen. Van het Dyslexie
Netwerk Nederland vindt u een beschrijving van het dyslexie
onderzoek en de behandeling.

KENMERKEN
Thuis:
- Vergeetachtigheid,
- wel liedje
neuriën niet meezingen,
- moeite met
genuanceerde omschrijvingen met name van emoties van
zichzelf en andere,
- regelmatig
verlies oriëntatie, ook op bekend terrein,
- geen
ondertitels bij tv lezen, wel prima kunnen volgen.
- Veelvuldig
gebruik van uitspraken zoals: je weet wel. of zoiets,
dinges,
- Heeft
moeite met vinden van worden,
- Slechte
motoriek heeft moeite met uit elkaar halen van rechts en
links,
- Moeite met
kruipen als baby.
Op
school:
- grote
moeite met spellen en vaak ook met lezen,
- snel
afgeleid,
- faalangst
(komt vaker voor hoogbegaafdheid en dyslexie).
TIPS
Ouders:
- motiveer
het kind op een positieve manier,
- benadruk
sterke kanten,
- vraag
leerkracht van het werk het lettertype te vergroten,
- veel
oefenen met lezen,
- licht uw
omgeving in waarom het kind niet snel leest of iets fout
schrijft,
- laat kind
studeren op rustige plek (evt. oordopjes),
- neem
zakwoordenboekje mee, zodat het kind woorden op kan
zoeken.
Leerkracht:
- laat kind
stof op verschillende manieren opnemen, luisteren,
schrijven e.d.,
- geef deze
kinderen meer tijd om iets te lezen en laat ze een
samenvatting maken,
- een schema
van kern woorden laten maken van de stof.

HET
DYSLEXIE-ONDERZOEK EN DE BEHANDELING
Dyslexie
Netwerk Nederland De Feyter & Partners ® is een instituut dat
gespecialiseerd is in de behandeling van kinderen van zes tot
achttien jaar met (ernstige) leerproblemen. Wij beperken ons hier
tot de kinderen met een specifieke leesstoomis (dyslexie), die
niet of onvoldoende baat hebben gehad bij een vorige behandeling
elders. Als gebleken is dat het basisonderwijs het leesprobleem
niet aan kan, ook niet na inschakeling van
onderwijsbegeleidingsdienst kan men onze hulpverlening
inschakelen. Kinderen worden naar ons verwezen door diverse
verwijzers, o.a. (ortho)pedagogen of psychologen, al of niet
verbonden aan een onderwijsbegeleidingsdienst of RIAGG,
kinderpsychiaters en -artsen, neurologen, huisartsen,
basisscholen, middelbare scholen of scholen voor speciaal
onderwijs. Soms zoeken ook ouders hulp voor hun kind, meestal op
advies van eerder genoemden.De eerste stap in de aanmelding is
telefonische informatie-uitwisseling met de ouders en eventuele
verwijzer. Het doel daarvan is de ouders te Informeren over de
belangrijkste voorwaarden en consequenties die aan een eventuele
behandeling verbonden zijn. Vanwege het feit dat een van de
belangrijkste problemen bij dyslexie de haperende automatisering
tot decoderen is, is het belangrijk dat de behandeling wekelijks
plaatsvindt. Automatische beheersing wordt in het algemeen alleen
bereikt door constante en frequente oefening. Om het maximaal
haalbare te bereiken is daarom een hoge continu.
Het
diagnostisch onderzoek
Het diagnostisch onderzoek bestaat uit maximaal 5 stappen. Elke
stap bepaalt of een verdere verfijndere diagnostiek noodzakelijk
is.
Het intakegesprek.
Tijdens het intakegesprek wordt informatie verzameld uit
de lees- en spellinggeschiedenis van het kind. Ook
taalontwikkeling, schoolloopbaan en medische problemen
kunnen aan de orde komen. Vooraf het intakegesprek vullen
de betrokken ouders op een intakeformulier de
belangrijkste informatie in. Op basis van de gegevens uit
het intakegesprek wordt bekeken of het kind een zogenaamd
risicokind is en of een dyslexie-onderzoek noodzakelijk
is.
Het intelligentie-onderzoek.
Het is van belang te weten of we te maken hebben met een
kind dat tenminste een gemiddelde intelligentie heeft.
Bij de meeste kinderen met dyslexie is het zo dat een
specifiek en onverwacht leesprobleem niet aansluit bij
het intelligentieniveau; je zou verwachten dat een kind
met een gemiddelde intelligentie tenminste op gemiddeld
niveau leest en spelt. Bovendien kunnen zorgvuldige
analyses van de aspecten van de intelligentie een beeld
geven van de verstandelijke mogelijkheden enbeperkingen
van het kind.
Orthodidactisch onderzoek.
Dit onderzoek richt zich op de geschreven taal en omvat
technisch en begrijpend lezen, de spelling van de
onveranderlijke woorden en de spelling van de
werkwoorden. Het onderzoek beperkt zich niet tot het
vaststellen van de leervorderingen. Het richt zich in het
bijzonder op het in kaart brengen van de hiaten en de
blokkades in de verwerving van de geschreven taal.
Eveneens wordt geprobeerd een beeld te krijgen van de
strategie?n die het kind hanteert bij de uitvoering van
de genoemde taken. Men onderzoekt welke taakelementen
remmend of ondersteunend werken (bijvoorbeeld: context)
en welke onderliggende vaardigheden zwak zijn in het
repertoire van het kind (bijvoorbeeld : de auditieve
vaardigheden). Men tracht een beeld te krijgen van de
didactische kenmerken van het onderwijs dat het kind
terzake heeft 'genoten'. Men tracht de vraag
tebeantwoorden kwalitatief slecht onderwijs debet kunnen
zijn aan de huidige problemen of dat er sprake geweest
kan zijn van een voor dit kind onjuiste
instructiemethodiek. Bij de meeste clienten is het
orthodidactisch onderzoek de laatste stap in het
diagnostisch proces. De verzamelde informatie is dan
toereikend om een behandelingsplan uit te voeren.
Neuropsychologisch onderzoek.
Indien de analyse van de gegevens uit de anamnese, het
intelligentieonderzoek en het orthodidactisch onderzoek
specifieke vragen of hypothesen oplevert over de
samenhang tussen het gevonden gedrag en hersenfuncties,
of wanneer er aanwijzingen of vermoedens zijn van
stoornissen in hersenfuncties, kan neuropsychologisch
onderzoek gewenst zijn. Dat kan functiestoornissen aan
het licht brengen die kunnen verduidelijken waarom de
verwerking van lees- informatie niet normaal verloopt.
Neurologisch onderzoek.
In uitzonderlijke gevallen is de problematiek zo groot,
dat er wordt gedacht aan neurologische problemen. Dit
kunnen zowel functiestoornissen zijn als
hersenbeschadigingen. In zulke gevallen wordt altijd -via
de huisarts- doorverwezen naar een neuroloog.

BEHANDELING
Op basis van de diagnostiek wordt zo nauwkeurig mogelijk per
individu vastgesteld hoe de problematiek in elkaar steekt. Het
behandelprogramma is logischerwijs dan ook een individueel
maatpak, dat wordt gecreeerd met behulp van methoden die berusten
op wetenschappelijke bevindingen.De uitgangspunten en methoden
voor behandeling worden ontleend aan een
ontwikkelingsneuropsychologisch model voor het leren lezen en aan
cognitief psychologische opvattingen, waarin ook
psycholinguistische inzichten zijn opgenomen. Met behulp van dit
model, dat hierboven is weergegeven, wordt op grond van
diagnostische bevindingen ten eerste bepaald met welke hemisfeer
(hersenhelft) de stimulering wordt begonnen en, na iedere acht
behandelsessies, met welke hersenhelft de behandeling wordt
voortgezet. Als er aanwijzingen zin voor een problematische
informatieverwerking in beide hersenhelften, dan wordt de
behandeling altijd eerst gericht op het neuropsychologische
"eerste" probleem: dit is bijna altijd de rechter
hersenhelft en na verloop van tijd kan worden overgeschakeld naar
de linker. Bij de behandeling wordt gebruik gemaakt van tal van
behandelingsmethodieken. De belangrijkste groep vormt de
hemisfeer specifieke stimulering die door Professor Bakker is
ontwikkeld. Een ander belangrijk aspect van de behandeling is de
hemisfeer specifieke alludering. Bij dit principe belandt
schriftelijke informatie op beide hersenhelften, net zoals bij
het gewone lezen. De tekst is echter zodanig vorm gegeven dat
deze een beroep doet op de functiespecialisatie van beide
hersenheften. Perceptueel verzwaarde tekst doet een bijzonder
beroep op de specialisatie van de rechter hersenhemisfeer
(visueel-ruimtelijke informatieverwerking). Taaltaken met een
semantische, syntactische of rijmkarakter doen een beroep op de
specialisatie van de linker hersenhemisfeer. Een veel voorkomende
combinatie is het gebruik van hemisfeer specifieke methoden op de
praktijk en hemisfeer alluderende oefeningen thuis.
Naast de neuropsychologische methodieken wordt ook gebruik
gemaakt van methodieken, die afkomstig zijn uit de psycholingu.
Een ander voorbeeld is de probleembewustheidsprocedure, die
vooral wordt toegepast bij kinderen die te snel lezen en daardoor
teveel fouten maken. Terwijl het kind ongeveer vijf minuten
hardop leest, wordt een digitale geluidsopname gemaakt. Bij het
afluisteren moet het kind de eigen leesfouten opsporen.
Dyslexie Netwerk Nederland
De Feyter & Partners
Postbus 9867
1006 AN AMSTERDAM
tel: 020 4175390
fax: 0842 116113
Wij hebben geen wachtlijsten.
Vestigingen:
Amsterdam (3x)
Vaals
Leiden
Den Bosch
Rotterdam
|