Faalangst |
|
| Als er in
Nederland een kind is met faalangst kijken we naar de motieven
die het kind blokkeren. Welk deel van het zelfbeeld is hiervoor
verantwoordelijk. Kinderen ontwikkelen hun faalangst doordat ze
zichzelf verplichtingen opleggen. Ze zijn bijvoorbeeld zeer
perfectionistisch.
Je moet dan ook
de denkstructuur aanpakken en niet de faalangst zelf. Er bestaan
twee soorten faalangst: een positieve en een negatieve. De prestatiemotivatie kan gemeten worden bij kinderen van 9-16 jaar aan de hand van de vragenlijst van Hermans.
Kinderen die faalangstig zijn denken ik kan het niet. Fysieke uitingen zijn bijvoorbeeld; broekplassen, slecht slapen en/of driftbuien. De angst om iets fout te doen is groot. Doordat hoogbegaafde kinderen vaak minder of nauwelijks moeite hoeven te doen om de stof in zich op te nemen krijgen ze geen of weinig faalervaringen. Door weinig faalervaringen te ervaren leren ze hier dus ook niet goed mee om gaan. Deze kinderen moeten leren dat het niet erg is als je wat fout doet, als ze dit eenmaal inzien groeit vaak het zelfbeeld. U als ouder moet op een positieve manier reageren op fouten of onvoldoendes. Hoewel dit in eerste instantie vreemd klink zal een kind wat steeds op zijn kop krijgt steeds faalangster kunnen worden. Bij een bijvoorbeeld behaalde onvoldoende moet dit een nieuw uitgangspunt zijn om het volgende cijfer beter te halen.
Kenmerken Faalangst:
(deze kenmerken kunnen ook bij een hoogbegaafd kind wat zich verveelt passen)
Tips ouders:
Leer uw kind met falen om te gaan! Geef het kind de ruimte om fouten te maken, neem niet alle struikelblokken weg
Tips voor het kind zelf:
Je kunt leren omgaan met faalangst, het is te behandelen.
Tips leerkracht:
|