Informatie

- Hoe herkennen we hoogbegaafde kinderen in de klas en thuis?

In 1978 is een onderzoek gedaan onder 120 hoogbegaafde volwassenen van 25 tot 60 jaar met een IQ van 150. Slechts 16% hiervan had een universitaire opleiding voltooid! Hoewel dit beeld mede beïnvloed zal zijn door de sociale omstandigheden van de na-oorlogse jaren en onwetendheid, vormde dit onderzoek een aanleiding tot het begeleiden van hoogbegaafden. In 1979 resulteerde dit in de oprichting van een eerste begeleidingsinstituut voor hoogbegaafde kinderen.

Gesteund door hun ervaring met genoemde kinderen waagt het instituut zich aan het benoemen van een aantal kenmerken van hoogbegaafde kinderen, met als aantekening dat niet één enkele eigenschap op zich kenmerkend voor hoogbegaafdheid hoeft te zijn. De hoogbegaafde leerlingen zijn globaal in twee groepen te verdelen: de 'niet-lastige' leerling en de 'probleemleerling'. De 'niet-lastige' leerling heeft een sterke motivatie, is vaak perfectionistisch, ernstig en heeft een voorkeur voor de omgang met ouderejaarsleerlingen of is docent-gericht. Ook kun je deze kinderen herkennen aan hun creativiteit; ze hebben vaak een opvallend woordgebruik en denken productief. De vraagstellingen zijn abstract en vaak zijn deze kinderen rekenvaardig. Meestal hebben ze een welhaast overdreven gevoel voor rechtvaardigheid, zijn gevoelig, kwetsbaar en worden niet altijd geaccepteerd door leeftijdsgenoten. De 'probleemleerling' vertoont nogal eens clownesk gedrag. Als er op school en/of thuis geen begrip en geen aandacht is, kunnen kinderen zich niet-begrepen gaan voelen; ze gaan zich afzonderen, nemen een houding aan, zetten een masker op om zichzelf te kunnen 'overschreeuwen'. Dit levert natuurlijk spanningen op die zich kunnen openbaren in agressief of onbeheerst gedrag. Dit alles kan sterk wisselende resultaten opleveren, concentratieproblemen of zelfs desinteresse. Vaak heeft deze leerling een slecht ontwikkeld handschrift en is er een probleem met bedplassen.

Van herkenning naar erkenning.

Als een aantal bovengenoemde kenmerken voorkomen, adviseert het instituut een psycholoog in te schakelen; alleen hij/zij kan constateren wat een kind in zijn/haar mars heeft. Is het kind hoogbegaafd, erken het kind dan, geef het antwoord zoals je een volwassene een antwoord zou geven, beloon het kind als het met een bijzondere oplossing komt, geef het kind volledige verantwoordelijkheid in een bepaalde taak, maak gebruik van de mogelijkheden die het kind je geeft en geef vooral eerlijk antwoord. De begeleiding van hoogbegaafde kinderen binnen een school moet in handen worden gelegd van een Onderwijsbegeleidingsdienst, vindt het instituut; per kind moet namelijk bekeken worden wat wel en ook wat niet gedaan moet worden.
 

door: Joke Taal
©1997-2003 Stichting Plato