Senso-Motorische Integratie |
|
|
Het
leerproces van hoogbegaafde kinderen Er zijn drie niveau's waarin informatie verwerkt wordt, te onderscheiden:
Door trial-and-error leren we automatische handelingen aan, deze worden opgeslagen in het paleoniveau. Door informatie op te nemen en te verwerken kan er adequaat gereageerd worden (dit is senso-motorische integratie). Hoogbegaafde kinderen bedenken van te voren wat ze willen doen en voeren dit dan uit. Deze bewegingen worden niet opgeslagen in het paleoniveau maar in de neocortex. Als de handeling lukt, wordt het kind zich daarvan bewust, maar wordt het opgeslagen in het laatste gebied. In het middelste gebied ontstaat een gebrek aan input: het automatisch handelen ontwikkelt zich niet goed. Zo kan het voorkomen dat een kind dat zich nog niet kan aankleden, als de prikkel zeer positief is, alle kledingstukken goed aantrekt. Het kind heeft alle handelingen 'bedacht' en uitgevoerd, maar dit wil nog niet zeggen dat het kind zichzelf dus kan aankleden! Zo kunnen ook problemen met het schrijven ontstaan: het kind kan al lezen, maar motorisch gezien nog niet goed schrijven. Als het dan moet schrijven volgens regels en het ook nog eens niet lukt, kunnen deze kinderen een hekel krijgen aan het schrijven. Ook kunnen deze kinderen soms heel verkeerde conclusies trekken omdat hun middelste niveau niet goed gevuld is (zo raakte een hoogbegaafde peuter eens in paniek omdat zijn vader en moeder naar Amerika gingen en hij niet meekon omdat hij niet kon vliegen!). De informatie uit de spieren en gewrichten (de propriocepsis) verzorgt het evenwicht. De propriocepsis wordt ontwikkeld door veel hetzelfde te doen. Aangezien hoogbegaafde kinderen dit vaak overslaan, zijn het evenwicht en het gevoel van het lijf niet altijd even goed ontwikkeld; ze nemen hun lichaam onbewust niet waar. Volgens de spreekster willen deze kinderen toch ook informatie krijgen van hun lijf en gaan bewegen, wiebelen. Het is dan beslist geen teken van slechte concentratie! Door de zwakke propriocepsis hebben kinderen ook vaak geen goed beeld van wat ze zelf kunnen. Zo kan het gebeuren, dat een jonge kleuter thuis wèl vloeiend kan lezen, maar op school niet (want de juf zit te luisteren of heeft een houding van 'dat is heel moeilijk, dat kun je vast nog niet'). Op deze wijze kunnen kinderen hele lage scores geven op testen. Voor scholen betekent dit, dat ze ouders in hun verhalen over hun kind thuis heel serieus moeten nemen. Erkenning:
en dan? Door: Joke Taal |